


16 juni 2011
Het woord Roma betekent 'mensen'. Het gemeentebestuur van Cluj, een stad in Transsylvaans
Roemenië, is daar kennelijk niet van op de hoogte. Toen ik Cluj in 1991 voor het
eerst bezocht, logeerde ik bij een Roma-
Vorige week ben ik op dezelfde plek teruggeweest. De Roma-
Terwijl ik rondsjouwde en me kwaad maakte, vroeg ik me af of de Roma soms een
dode hadden moeten achterlaten? Een deel van de vlakte was bedekt met asfalt, er
stak een kruis uit omhoog. Ik liep ernaartoe en las wat erop stond: Theologische
Campus 'Nicolae Ivan'. Aan de voet van het kruis lag sinds 23 mei 2011 een gedenksteen
waarop in het Roemeens werd uitgelegd dat het kruis op deze plek was geplaatst in
de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Eronder werden de hoogste orthodoxe
geestelijken genoemd, daarna kwam er iets over Christus, God en Theologisch Onderwijs.
Later hoorde ik dat de gemeente de grond gratis heeft aangeboden aan de orthodoxe
kerk. Zoiets zegt veel in Transsylvanië, want op het centrale plein van Cluj staat
een door Hongaren gebouwde kathedraal met een standbeeld ernaast van de toenmalige
Hongaarse machthebber. De huidige burgemeester heeft een Roemeense achternaam, hij
probeert de Roemeens-
En waar waren de tweehonderdvijftig bewoners van de Strada Coastei? Op de vuilnisbelt natuurlijk, een heel eind buiten de stad. Ik ben er naartoe gegaan. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest woonden boven aan een helling een heel aantal gezinnen in door de gemeente geplaatste noodgebouwen. Een stukje naar beneden huisden de oudgedienden van de vuilnisbelt, die tijdens mijn bezoek in 1991 al net zulke scheve hutten hadden. De tientallen hutten van de Roma langs de spoorlijn daarentegen waren nieuw voor mij.
Mensen.
___________________________________________________________________
20 januari 2011
De voor-
Doordat ik nieuwe blogposts altijd aankondig op Facebook, is vooral daar over het
vorige stukje gediscussieerd. Ik vroeg om advies en heb het gekregen ook. In zoekende,
voorzichtige bewoordingen hebben mijn vrienden en kennissen me verteld wat zij ervan
dachten, of wij David nu wel of niet 'in de stront moesten laten zakken'. Dat ik
het zo uitdrukte, gaf wel aan hoe hoog het me allemaal zat. De uitkomst van de adviezen
was dat we het contact ondanks alles moesten aanhouden, maar dan wel op een strikte
voor-
David heeft het nog steeds niet gemakkelijk. Op zijn vlucht voor de geldschieter is hij inderdaad bij de 'broer van de man van zijn zus' beland. Daar is hij vervolgens 's nachts vakkundig van zijn bezittingen ontdaan. Met alleen zijn kleren en een klein deel van zijn handelswaar is hij op straat terechtgekomen. Hij heeft aangifte gedaan, maar de politie had geen interesse. Na het verkopen van enkele overgebleven trechters kon hij de trein terug naar huis nemen, om bij aankomst meteen weer te worden bedreigd door de geldschieter. 'Laten ze me maar het ziekenhuis in slaan,' mailde hij ons op zijn bekende dramatische toon. 'Daar ben ik tenminste veilig.'
Vooralsnog zit hij thuis, maakt trechters en gaat ermee op pad, intussen
voortdurend bang. Toch is er ook een positieve ontwikkeling, iets wat perspectief
voor de toekomst biedt. Het heeft met de voor-
___________________________________________________________________
22 november 2010
Graag advies
Ik weet het allemaal niet meer. Vijf jaar bekommeren we ons nu om hem, vijf jaar
heeft dat ellende opgeleverd. Normale mensen hadden hem allang in de stront laten
zakken. Wordt het tijd om maar eens normaal te gaan doen? En wat gebeurt er dan,
als wij zijn e-
Het zit zo. Hij is negentwintig, zigeuner en heeft geen cent. Hij woont in een Roemeens provinciestadje. Er zijn daar geldschieters actief, een hele clan. Twee jaar geleden heeft zijn broer een bedrag van zo'n geldschieter geleend en is ermee naar het buitenland vertrokken. Sindsdien is híj het die wordt bedreigd, want tja, wat jouw broer doet dat doe jij. En ook al doe jij het niet, er moet toch iemand zijn die terugbetaalt. Vorige week heeft de geldschieter hem daarom in elkaar getrimd. Met een wond op zijn hoofd en een dikke wang is hij thuisgekomen. Aangifte heeft hij niet gedaan, dat durft hij niet. De clan van de geldschieter onderhoudt relaties met de politie, de man aanbrengen is te riskant.
Hij is gevlucht. Nou ja, dan vlucht je maar, dachten wij na zijn eerste
e-
Hij is nu naar een nicht in een grote stad gegaan. Maar de geldschieter heeft ook familie in die buurt, hij kan er niet blijven. Vannacht gaat hij daarom met de bus naar een andere plaats, waar hij om drie uur in de ochtend zal arriveren. Hij is van plan tot zes uur op het busstation te wachten en dan een kennis te bellen, de broer van de man van zijn zus. Als die hem eenmaal in huis heeft opgenomen, wil hij geld voor de dokter zien te verdienen, want sinds hij in elkaar is geslagen heeft hij steeds meer pijn in zijn rug. Erna, als hij dat allemaal heeft geregeld, zal hij een kamer gaan huren. En dan, ja dan, dan gaat hij...
Het is een wanhoopsaktie en hij weet het zelf. De broer van de man van zijn zus is er misschien niet eens. Daar zit hij dan in de kou, in een stadje waar hij niemand kent. Naar huis gaan is uitgesloten, de geldschieter eist voor de kerst duizend euro.
In de stront laten zakken? Wie is er wijzer dan ik, wie geeft advies?
___________________________________________________________________
2 juni 2010
Wisdom and Hell (slot)
Art Amsterdam is voorbij. Er zijn veel redenen om tevreden te zijn. Massa's mensen hebben Wisdom and Hell gezien. Ze hebben mooie dingen gezegd en de nodige trechters gekocht. De gelaagdheid van de installatie was voor iedereen wel duidelijk, denk ik.
Toch is er één persoon met een probleem, en dat is David. Op de momenten dat we bij ons thuis waren, kwam hetzelfde zinnetje telkens terug: 'Ik wil hier blijven, ik wil bij jullie blijven.' Of, wanhopiger: 'Zeg maar dat ik dood ben als mijn familie naar me vraagt.'
Vanochtend hebben we na twee weken afscheid van hem genomen. Hij is nu onderweg naar de Roemeense zigeunerwijk waar hij woont. Bij hem thuis delen acht mensen 'als visjes in blik' een paar bedden. Hij wil er weg, hij wil een schoner, beter en rustiger leven leiden. Gisteravond vroeg hij om een stuk papier. Met boze halen schreef hij er zijn doelen op. Een handtekening eronder, alsjeblieft, dit is mijn contract, dit beloof ik de komende tijd te gaan doen. 'En dan kom ik terug en blijf voor altijd.'
Vlak voor zijn vertrek zei hij met een intens treurige uitdrukking op zijn gezicht dat hij straks weer in de dierentuin terecht zou komen. In het gekkenhuis. 'Ik ga pas in het donker de wijk in. Ze verwachten dat ik een diplomatenkoffertje bij me heb waar de bankbiljetten uit barsten.' Hij zette zijn mobiele telefoon weer aan. Er waren eenenveertig oproepen. 'Die hebben allemaal geld nodig.'
'Hoe doe je dat nou met de trein?' vroeg ik. 'Is het niet duur om een kaartje te kopen?'
'Ik koop nooit een kaartje, ik geef wat aan de conducteur, dat doet iedereen.'
'En hoe kom je eigenlijk aan dat noodpaspoort? Je paspoort is tweemaal achter elkaar gestolen, kreeg je zomaar een nieuw?''
'Ik heb die man een bedrag toegeschoven.'
Welkom terug in Roemenië, David.
___________________________________________________________________
27 mei 2010
Wisdom and Hell (6)
Het is geweldig om ineens twee mannen in huis te hebben in plaats van maar eentje.
We zijn nu een troep, een bende. Ik heb al een bos wilde bloemen gekregen en er wordt
veel gelachen en op schouders gestompt. We kennen David sinds zijn negende. Toen
liet hij zich door zijn oma in een teiltje zetten en maakte radslagen voor ons. Nu
is hij achtentwintig en vraagt om scheermesjes. Drie jaar geleden heeft hij hier
ook gelogeerd, dus de eerste verbazing over de Nederlandse maatschappij is er wel
af, maar toch valt het hem telkens weer op hoeveel er hier wordt gelezen. Wij wonen
op drie-
Ook maakt hij rake opmerkingen over onze vrienden. Afgelopen zondag zijn we naar een feest bij mijn rijkste vriendin geweest. Een groot wit huis, een zwembad, sportwagens, hoeden en mooie jurken; een filmset was er niets bij. David, die thuis niet eens riolering heeft, die nooit onder de douche kan en alleen Roemeens spreekt, analyseerde haarscherp de diverse karakters. Wel was hij 's avonds zeer somber. Hij vond het een moeilijke dag. 'Als ik op mijn negende met jullie mee naar Nederland was gegaan, zoals ik toen al wilde, dan had ik nu ook tussen de jongeren op dat feest gelopen, dan was ik misschien zelfs wel naar de universiteit geweest.'
Art Amsterdam is begonnen. Van zenuwen heeft David geen last. Hij is zeker van zijn zaak, tenslotte maakt hij trechters sinds zijn vijftiende. Het is nog geen moment in hem opgekomen dat hij een honorarium voor zijn inzet zou kunnen krijgen, hij vraagt er gewoonweg niet naar. Dat hij tot 's avonds laat zit te werken is ook geen punt, hij doet het graag.
___________________________________________________________________
20 mei 2010
Wisdom and Hell (5)
'En je bagage?' vroegen wij toen David arriveerde. Hij droeg een mini-
Die was nergens. Bij ons thuis maakte David het koffertje open. Er zat een aantal voorgevormde trechters in, plus wat losse stukjes blik. Dat was alles wat hij had meegenomen. Honderdvijftig euro had hij gevraagd om materialen in te kopen, dit was het resultaat. Dat spul is kennelijk heel duur, dacht ik eerst nog. Maar toen de bonnen op tafel kwamen, bleek hij voor maar vijfendertig euro bij zich te hebben. Van de rest van het geld had hij materialen voor zijn familie gekocht, zodat zij in Roemenië trechters konden maken en verkopen. Diezelfde avond waren zijn vader, moeder en oom al dronken geweest.
Een individu bestaat niet in de Roma-
Zelden heb ik een gast gehad die zich zo makkelijk aanpast. Toch dringt soms het volgende beeld zich aan me op: David heeft ons geld binnengekregen. Met een stapel bankbiljetten komt hij thuis. Zijn vader, moeder en oom juichen. Bij een winkeltje vlakbij halen ze drank. Proost! Op Jaap en Mariët in Amsterdam!
___________________________________________________________________
20 mei 2010
Wisdom and Hell (4)
David komt vandaag. Als hij komt. Aan hem zal het niet liggen, eerder aan de KLM. De afgelopen weken bleek het onmogelijk om in Nederland het juiste blikslagersmateriaal te vinden. Niemand verkoopt hier verzinkte platen met een dikte van 0,35 millimeter om trechters van te maken. Toch zal David aan het werk moeten op Art Amsterdam, daarom zat er niets anders op dan hem zelf zijn materialen te laten meenemen. Zijn hele familie heeft meegeholpen, op zijn jaloerse broer na, die op veilige afstand in Italië zit. Een paar dagen geleden was David al helemaal klaar. Zijn gereedschappen en voorgeknipte stukken blik zitten in een grote tas van stof. Ook heeft hij samen met zijn vader vijfendertig trechters voorbereid die alleen nog maar gesoldeerd moeten worden. Mocht het blikslaan op Art Amsterdam toch niet lukken, dan heeft hij in ieder geval iets om te laten zien. De grote vraag is nu: komt hij met zijn vreemde lading het vliegtuig in? Voor de zekerheid heeft hij een Engelstalige brief meegekregen waarin het doel van zijn reis wordt uitgelegd.
Intussen zitten de problemen hier in Amsterdam. Het leek allemaal zo makkelijk.
'Ik haal gewoon een Roemeense zigeuner naar Nederland en die laat ik trechters maken
op de chique kunstbeurs.' Maar hoe kom je aan een speciaal aambeeld, een lange ijzeren
staaf met een punt van dertig centimeter? Waarom lukt het uitgerekend nu niet meer
om een HD-
Gelukkig is er een smid in de familie. Bij Van Lochem in Aalten wordt vandaag nog een aambeeld gemaakt. Een concurrerende textielzaak bleek wel tweeëntwintig meter zwarte stof in voorraad te hebben. En de video moet opnieuw gemonteerd worden, er zit niets anders op.
Wordt vervolgd.
___________________________________________________________________
14 mei 2010
Wisdom and Hell (3)
'Kun je ook wat met deze trechterdrager?' vroeg een vriendin. 'Hij gaat te schaats, heeft een mysterieus geschrift bij zich, draagt een soort vrijmetselaarsteken, heeft een gekruiste snavel, rare oren en oja... een bochel. Hopelijk komt David in betere toestand – en op tijd – bij jullie in Amsterdam aan.'
Ik herkende haar trechterdrager van een schilderij van Jeroen Bosch. Kennelijk
heeft iemand er lol in gehad om er een driedimensionale variant van te maken. Mijn
vriendin, die beeldhouwer is, heeft hem ergens gevonden en toen aangeschaft 'samen
met nog twee types, een ei-
Wat de toestand van David betreft, die is op het moment beter dan die van het vreemde trechterwezen, maar toch niet heel goed. Na zijn noodkreet uit Italië hadden wij hem honderdvijfentwintig euro gestuurd. Negentig euro voor de bus naar Roemenië, vijfendertig om de tijd tot zijn vertrek door te komen. Het bedrag was geen gift maar een lening, hij stelde zelf voor om het later terug te betalen.
Helaas kreeg zijn broer lucht van de lening. Met een paar vrienden sloeg hij David in elkaar. Ze waren dronken. Vijfentwintig euro was hun oogst, David had toevallig net zijn ticket gereserveerd. Hij hoopt dat zijn blauwe oog voor Art Amsterdam genezen zal zijn.
___________________________________________________________________
7 mei 2010
Wisdom & Hell (2)
'Als het regent doe ik zo,' zei hij en zette een buitenmodel trechter op zijn hoofd. Beelden en tijden vloeiden door elkaar. Jeroen Bosch hield ervan zijn personages een trechter op te zetten – die van David zijn meer dan vijfhonderd jaar later van hetzelfde materiaal. Het maken van één trechter kost hem uren, waarbij hij dezelfde handelingen verricht als zijn collega's van toen. De absurditeit in zijn land, Roemenië, staat ook niet ver van Jeroen Bosch' wereld af. Zijn handelswaar, met de platte zijkant en het speciale zeefje, wordt gebruikt om benzine over te hevelen, god weet waaruit en waarom. Er zou ook wijsheid doorheen gegoten kunnen worden, maar sommigen zijn daar nu eenmaal te dom voor, die zetten ze fout op hun kop en tonen zo hun ware aard. Meester snyt die keye ras / Mijne name Is lubbert das staat rond het schilderij van de zogenaamde heelmeester die in andersmans kop poert om er een steen uit weg te snijden en in plaats daarvan bloemen tevoorschijn haalt.
'Als het regent doe ik zo.' David keek gekwetst, hij wist welke aanblik hij bood. Bij regen verkoopt hij weinig, in plaats daarvan worden er foto's van hem genomen. In veertienhonderdzoveel zou er een takje uit zijn hoofddeksel groeien, of de punthoed zou hoofd en lijf tegelijk zijn. Het werk van Jeroen Bosch zal hem wel interesseren, vermoed ik. Toen hij een keer bij ons thuis logeerde, vond hij het Rijksmuseum het hoogtepunt van zijn bezoek.
Het ziet er overigens naar uit dat David tijdens Art Amsterdam toch aanwezig zal zijn. Hij stuurde een noodkreet uit Italië, hij had geld noch eten meer. Per bus is hij nu op weg naar zijn land om materialen in te kopen.
____________________________________________________________
27 april 2010
Wisdom and Hell (1)
Koningin Beatrix komt naar hem kijken. Vierentwintigduizend andere kunstliefhebbers
komen naar hem kijken. En toch is David, de hoofdpersoon van een project dat eind
mei op Art Amsterdam in première gaat, spoorloos verdwenen. Hij zit in Italië, dat
weten we wel. Hij logeert daar in het tweekamerappartement van zijn zus, waar ook
aantal andere familieleden verblijven. Onder hen is zijn broer, die meteen na David's
aankomst zijn telefoon heeft gejat. Bellen of sms'en kunnen we hem daarom niet meer.
Onze e-
Wisdom and Hell heet het kunstproject. Het is geselecteerd voor No Holds Barred, een nieuw programmaonderdeel van Art Amsterdam. Op de kunstbeurs, die van 26 tot en met 30 mei wordt gehouden, mogen zestien kunstenaars ieder een ruimte vullen met een vernieuwend project. In de catalogus van de beurs wordt Wisdom and Hell als volgt beschreven:
Bij Jeroen Bosch staat de trechter symbool voor zowel wijsheid als bedrog. Dante schetst de hel als een enorme trechter met negen cirkelgangen. De ruimte van Jaap de Ruig is ingericht als werkplaats. In een cirkel van licht maakt David, een jonge Roemeense zigeuner, trechters van blik. Een videoprojectie op de achterwand laat zien hoe hij thuis werkt. Beelden van zijn oma die een kip slacht, ganzen en honden die rondscharrelen. David overleeft door met zijn trechters langs de snelweg te venten. Sinds de toetreding van Roemenië tot de 'moderne' EU is dit verboden. Keer op keer wordt hij beboet.
Het zou niet fijn zijn als Art Amsterdam straks opent en David nog steeds niet is opgedoken. Wie zit er dan in de 'cirkel van licht'? In het somberste scenario is hij opgepakt, de Italiaanse politie heeft weinig clementie met Roemeense Roma. Aan de andere kant: in zijn laatste mail stond dat hij geen werk in Italië kon vinden en nog maar dertig euro bezat, misschien bespaart hij tijdelijk op het internetcafé.
Nog vier weken. We wachten af.
____________________________________________________________
15 maart 2010
Slecht goeddoen
Op 29 april 2000 publiceerde ik in de Volkskrant een colum over goedbedoelende Nederlanders die ladingen kleren en eten naar Roemenië brachten, met name naar arme Roma. Het is nu tien jaar later en de hulptransporten rijden nog steeds. Daarom hieronder nog maar weer eens precies dezelfde tekst:
De afgelopen jaren ben ik tientallen keren benaderd door Nederlandse stichtingen,
die aan de slag wilden in het gebied dat ik maar ruwweg Oost-
Ik heb gemerkt dat bijna iedere organisatie tot het inzicht is gekomen dat
er op dit moment een meer structurele aanpak nodig is dan het brengen van hulpgoederen.
Maar hoe daarmee te beginnen? Men blijft maar redderen met het inzamelen van pakken
koffie, suiker en rijst, men blijft maar kleding wassen en sorteren. In grote vrachtwagens
worden de spullen naar Oost-
Misschien ben ik door mijn ervaringen in Roemenië een rechtse bal geworden;
ik heb zelfs al eens een nachtmerrie gehad waarin ik werd gekozen tot partijleider
van de VVD. Of is het doodgewoon mijn gezond verstand dat zegt dat die hulptransporten
-
Voor kleding geldt hetzelfde. Het moet maar eens uit zijn met dat dumpen
van onze gedragen kleren in Oost-
Met de zendingsdrang van sommige particuliere stichtingen heb ik minder moeite.
Vooral de Roma in Oost-
Dankzij Nederlandse vrijwilligers worden in Oost-
De natuur van mensen over de hele wereld is: eerst ik, dan wij, dan jij. Je
wilt eerst je eigen bestaan zeker stellen, daarna dat van je familie, en pas dan
kun je compassie voor anderen voelen. Daarom is compassie op de Balkan nog steeds
zo’n slecht ontwikkelde eigenschap. Er is mij meer dan eens gevraagd wat die westerlingen
toch zelf voor belang bij al die hulpacties hadden? Iemand die arm is, heeft maar
een ding in zijn hoofd: hij wil werken, iets produceren of verkopen. Niemand kiest
ervoor te gaan zitten wachten op de giften van vreemden. Naast het steunen van democratische
processen, is daarom vooral volwaardige handel met Oost-
___________________________________________________________________
5 februari 2010
A.'s wraak
Goed nieuws uit Roemenië! Vijftien jaar geleden vond ik A. behoorlijk irritant. Een tut van een jonge vrouw met een net iets te pittig karakter. Wat ze met haar leven wilde weet ik niet meer, wel wat wij wilden: zo ver mogelijk bij haar uit de buurt blijven.
A. was van zigeunerafkomst en groeide op in een arme wijk. Toen we haar in
2005 opnieuw ontmoetten, werkte ze in diezelfde wijk als juf voor Roma-
En toen, een paar maanden later, kwam er een e-
Het werd geregeld. A.'s moeder, een vrouw in lange rok en met een hoofddoek
op, droeg ook bij. Van het geld dat zij verdiende door groente op de markt te verkopen,
schafte ze een computer met internetverbinding voor haar dochter aan. Die schreef
zich in voor Studie-
Een jaar later kregen wij weer bericht. Het lesgeven ging prima, maar A. wilde ernaast graag verder studeren om een hogere graad te halen. Zou onze stichting misschien...
Intussen is ze halverwege deze studie. Ze is vierendertig, haar dochter vier. Alles gaat nog steeds goed, zelfs zo goed dat ze laatst opnieuw een plan stuurde. Opgetogen ontvouwde ze het, hierna wil ze haar Master Onderwijsmanagement gaan halen. Directeur... inspecteur... dat wordt ze dan.
Drs. Pittig Karakter.
___________________________________________________________________
17 december 2010
Rustieke Roma
Het was 1992 en Bořek Šípek wilde zijn ontwerpen aan de man brengen. Hij vroeg Erwin Olaf reclamefoto's van zijn vazen, zetels en kaarsenstanders te maken. Olaf kwam op het idee om alles naar Slowakije te transporteren. Daar zocht hij contact met arme Roma en fotografeerde ze samen met de spullen. De ene Rom hield een kandelaar vast, een ander zette een vaas voor het raam van haar hutje of nam plaats op een stoel als een troon. Het glanzende, puntgave design contrasteerde met de tandeloze koppen van de Roma en hun uitgezakte, in vodden gestoken lijven.
Iedereen in Nederland vond de foto's prachtig. Behalve ik. Ik had net een paar maanden in hutjes als op de foto's gelogeerd en met de bewoners hun karige maal gedeeld. Stel dat het andersom zou zijn, dacht ik maar steeds. Stel dat Erwin Olaf in belabberde omstandigheden moest leven en er kwam een Japanse of Amerikaanse ontwerper naar hem toe die hem met een ultramoderne computer op de foto zette, zodat de computer mooi contrasteerde. Olaf, die geen idee had hoeveel de computer waard was ten opzichte van zijn eigen bezit, kreeg wat geld toegeschoven om een biertje te kopen. De Japanner of Amerikaan ging terug naar zijn land en scoorde er met de foto's.
Ik besloot mijn verontwaardiging met humor te combineren en veranderde mezelf in een deplorabel oud wijf. Zo liet ik me op de foto zetten, samen met mijn laptop van toen. De foto's hadden hetzelfde formaat als die van Olaf en ook, vond ik, dezelfde sfeer. Ik schreef er een artikel bij en stuurde het geheel naar de Volkskrant. Het antwoord luidde dat men mijn standpunt begreep, maar dat de toon van de tekst niet journalistiek genoeg was, te persoonlijk.
Kennelijk ben ik daar van geschrokken, want ik heb nooit meer iets met het
artikel gedaan. Intussen is het 2009 en zijn de ontwerpen van Bořek Šípek uit de
mode. De Roma en hun huisjes daarentegen zien er in heel Oost-
Arme Roma in Oost-
___________________________________________________________________
1 augustus 2009
Over Roma schrijven
Over Roma schrijven betekent op eieren lopen. De een vindt je al gauw te romantisch, de ander te negatief. Ik herinner me twee recensies van De stilte voor het vuur, mijn eerste boek over de Roma in Roemenië. Op één en dezelfde dag vond recensent nummer 1 me 'te hardvochtig', terwijl nummer 2 me juist weer 'te vriendelijk' vond. Ik begreep toen dat iedere lezer in zekere zin zijn eigen boek maakt. Beide recensenten kleurden mijn woorden met opinies die ze toch al hadden.
Sindsdien heb ik besloten om als ik over Roma schrijf, gewoonweg te noteren
wat ik tegenkom, maar vanuit een welwillende grondhouding. 'Liefdevolle eerlijkheid'
zou je die houding kunnen noemen. Een ander uitgangspunt dat ik hanteer is soberheid
in taalgebruik. Hoe exotischer een onderwerp, hoe terughoudender je als auteur moet
zijn. Termen als 'ruisende rokken', 'knapperende kampvuren' en 'hartstochtelijke
vioolmuziek' kunnen niet, dat lijkt me duidelijk. En dan heb ik het alleen nog maar
over non-
Ik begin er niet meer aan. Het wachten is op iemand uit de Roma-
___________________________________________________________________
18 juli 2009
Op Kreta
Hij zit op Kreta. Zonder geld natuurlijk. Hij dacht dat hij er wel werk zou kunnen
vinden. Familie verleent hem onderdak, verder is het 'moeilijk' (uit een e-
Als namaakouders betrappen we onszelf erop dat we onverschillig worden. Drie jaar hebben we zijn school betaald en op afstand zijn problemen opgelost, nu moet hij maar eens een man worden. Zodra zijn nummer op het display van onze telefoon verschijnt, pakken we vaak niet eens meer op. Hij zal het immers wel weer 'moeilijk' hebben. En dat betekent dat hij geld nodig heeft.
Pas werd hij achtentwintig. Het leek ons een mooie kans hem toch weer een beetje te helpen. Via Western Union stuurden we een bedrag waarmee ik zelf heel blij zou zijn. Hij was ook blij en liet weten dat hij er een woordenboek Roemeens – Grieks mee had gekocht. In plaats van de kratten bier waarmee ik hem in gedachten al had zien sjouwen, bleek hij zijn familie op twee flessen fris getrakteerd te hebben.
Een woordenboek Roemeens – Grieks en twee flessen fris. Ik was vertederd, ik was trots.
Een week later kwam er een sms. Hij had nog zeventig euro van zijn verjaardagsgeld over en wilde terug naar huis, ook al zou hij daar onmiddellijk ene Gigi achter zich aan krijgen, een grote, machtige zigeuner die nog geld van hem kreeg. De reis naar huis kostte honderdvijftig euro, konden wij misschien...
Intussen heeft hij zijn excuses aangeboden. Daardoor zijn weer enige positieve gevoelens in mij opgewekt. Over zijn toekomst ben ik niet hoopvol.
___________________________________________________________________
14 maart 2009
Het cadeau
We zijn eruit. Waarom heeft David, onze 'sponsorzoon', zich garant gesteld toen zijn
vader en broer een groot bedrag van een buurman leenden? Waarom moet hij nu sloven
en worstelen om het terug te betalen, terwijl zijn vader en broer zich schuilhouden?
In de vorige aflevering van mijn blog dacht ik dat het met familie-
We hebben David nu aan de telefoon gehad, hij belde zelf. Het geleende geld blijkt bedoeld te zijn geweest voor zijn zus. Die was hoogzwanger en moest een cezariană ondergaan. David, die zevenentwintig is, klonk besmuikt toen hij het Jaap vertelde. 'Wat een cezariană is weet ik niet,' zei hij. 'Je moet het maar aan Mariët vragen, misschien weet zij het.'
Een boze buurman op je dak omdat je in je oneindige goedheid de keizersnee van je getrouwde zus wilt financieren. Dag na dag met trechters leuren, je spijkerbroeken en je mobieltje verkopen; allemaal voor die keizersnee. Met zijn karakter zou David in een andere omgeving veel beter tot zijn recht komen.
Pas mailde ik hem dat Jaap en ik naar de Verenigde Staten gaan, om onderzoek
te doen voor een nieuw non-
De reactie van David op ons vertrek geef ik hier letterlijk weer: Het spijt me dat ik op het moment geen geld heb, anders had ik jullie een cadeau gestuurd dat jullie aan je Amerikaanse oom konden geven. Ik hoop dat jullie het begrijpen.
___________________________________________________________________
7 februari 2009
Tulp II
Hij heeft problemen. Hij heeft áltijd problemen. Die gaan over geld. Of over ziektes,
er heersen middeleeuwse kwalen in zijn omgeving. Jeukbulten op het hele lijf, tanden
en kiezen die de mond uit rotten, tuberculose. Maar volgens zijn laatste e-
Zevenhonderd lei is veel als je het moet binnenslepen met de verkoop van blikken
trechters, maar vijfentwintighonderd is niet te doen. Waarom hij zijn buurman niet
verwijst naar de verantwoordelijken kan hij ons per e-
Intussen zit hij met die buurman. Die woedend is, hem bedreigt. Uit angst heeft hij twee spijkerbroeken verkocht. Hij heeft zijn mobieltje verkocht. Een gouden ring. Maar de buurman blijft komen. 'Ze hebben me kapot gemaakt,' schrijft hij ons in zijn bericht. 'Ik ben op, het is afgelopen met mij. Nog even en ze nemen me ook mijn leven af. Ik beloof jullie, als ik die schuld heb afgelost dan ga ik mezelf – in paniek lees ik het volgende Roemeense woord – dan ga ik mezelf mor. Ik grijp het woordenboek, kan het niet vinden. Mor?
Hij is tot alles in staat. We moeten er opaf. Ik zoek uit hoeveel een ticket naar Boekarest kost, check mijn agenda. Welke koffer moet mee, welke kleren, gaan we samen of gaat een van ons?
Aan de keukentafel bespreek ik mijn plan. De reactie is veel nuchterder dan ik had verwacht. 'Tulp herrijst uit haar as.'
Tulp herrijst uit haar as? Tulp, de hoofdpersoon van mijn eigen roman De eerste zonde, is een twaalfjarig meisje dat stiekem brieven van gedetineerden leest. Als ze uit zo'n brief begrijpt dat één gedetineerde zelfmoord wil gaan plegen, komt ze meteen in actie. Uiteindelijk ondervindt haar hele omgeving daar nadeel van, inclusief zijzelf en de te redden persoon.
Ik grijp weer naar het woordenboek en fileer de zinsnede na dat rare mor. Zijn taalgebruik is niet vlekkeloos, hij zou er ook 'verhuizen' mee kunnen bedoelen. Hé, ja, erna zegt hij iets over het huren van een kamer.
Tulp II komt niet in actie.
___________________________________________________________________
3 januari 2009
Foto
De Albert Cuyp-
Roemenië, denk ik meteen. Vroeger had je daar schurken, vaak Roma, die hun baby'tje verminkten om geld te kunnen vangen. Beentjes breken en klaar, bedelen maar. Deze vrouw loopt tegen de twintig, zo lang moet ze dus al door haar familie worden misbruikt.
Ik heb een fototoestel in mijn tas, maar kom niet op het idee het te pakken. Verdoofd loop ik door. Pas bij mijn fiets denk ik aan fotograferen en ga terug naar de markt. Waar zijn de mensen, voor zover je ze zo nog kunt noemen, die bij de verminkte vrouw horen? Meestal houden een of twee zich op afstand schuil. Is de politie al gewaarschuwd?
Terwijl ik speurend tussen de kramen door loop, hoor ik twee winkelende vrouwen tegen elkaar zeggen: 'Volgens mij was dat nep.'
'Nou, dat kan haast niet, ik denk niet dat het nep was.'
Nee, het was geen nep. Ik ben razend, zoiets zie je zelfs in Roemenië niet meer. Het zal vast lucratief zijn, de vrouw had een bakje met muntstukken bij zich. Wat vindt ze ervan dat haar familie haar zoiets heeft aangedaan en nog steeds aandoet? Of zijn die pooiers helemaal geen familie van haar, horen ze bij de beruchte kinderdieven die er tijdens Ceauşescu's dictatuur hier en daar waren? Wat een ramp voor andere Roma, waarvan de meerderheid van goede wil is. Enkele sujetten zorgen ervoor dat zij onder vooroordelen moeten lijden. Waarom gooit Amsterdam die lui niet onmiddellijk in de cel? Waarom zijn Nederlanders zo naief om geld aan die ellendelingen te geven?
Spoorloos is ze en spoorloos blijft ze.
Geen foto.
___________________________________________________________________
20 december 2008
De rode gitaar
We ontmoetten hem in Roemenië, maar hij woonde in Parijs, zei hij. In mijn verbeelding zag ik hem daar in een fabriek werken. Zijn gezicht was zwart, hij sjouwde met ijzeren balken en aan het eind van de dag was hij erg moe.
Toen we een jaar later in Parijs waren belden we hem op. 'Kom langs, eet mee,'
zei hij gul. 'Ik woon in Saint-
Het station van Saint-
We gingen op een bankje zitten. Op het plein waren Pakistaans ogende jongemannen aan het cricketen, de halve wereld lijkt zich de afgelopen jaren in Parijs genesteld te hebben. In de verte kwam nog wel een echte Fransman aanlopen, zo een met een snor en een artistiek klein baardje, alleen de baret ontbrak. Op zijn rug had hij een – logisch – rode gitaar.
Enthousiast sprongen we op. Wat was hij veranderd! Terwijl we met hem mee liepen vertelde hij in zwierig Frans dat hij sinds acht maanden in Saint Denis woonde. Kijk, hier was het, een nieuw appartementengebouw. Zijn gezin woonde er in twee studio's.
Binnen, in de studio die als huiskamer fungeerde, zag ik geen enkel voorwerp dat aan een eerder leven in Roemenië herinnerde. We wisselden nieuwtjes uit in een mix van Frans, Roemeens en soms wat Engels, want ook in die taal bleek hij zich intussen te kunnen redden. Zijn vrouw was thuis en had net als hij Frans geleerd. Ze droeg geen hoofddoek meer, maar nog wel een lange strokenrok. Nadat ze koffie had gemaakt kwamen hand in hand twee mooie meisjes van een jaar of vijftien de studio binnen. Ik stond op en wilde me voorstellen aan het dichtstbijzijnde meisje, maar ze reageerde niet. 'Je rechterhand,' fluisterde haar zus in haar oor. Pas toen zag ik de violette, wegdraaiende ogen.
Er behoorden ook twee schrandere jongetjes tot het gezin. Alle kinderen gingen naar school en deden het daar erg goed. Het blinde meisje had in Roemenië nooit iets geleerd, maar op haar Parijse blindenschool bleek ze volop capaciteiten te hebben. Pas had ze mogen meedoen aan de eerste casting voor blinde modellen.
Drie jaar geleden was het gezin zonder één cent naar Parijs getrokken, vertelde de vader. Meteen na aankomst had hij een voorbijganger aangesproken, die hem hielp een Moldaviër te bellen. De Moldaviër had geregeld dat ze de volgende dag al in een opvangcentrum zaten. De huur van de studio's waarin ze nu woonden werd ook door een opvangorganisatie betaald. Om aan geld te komen (hij keek verontschuldigend toen hij het vertelde) was hij eerst aan het bedelen geslagen. Later ontdekte hij zijn muzikaal talent.
Hij pakte zijn rode gitaar en begon erop te spelen. Met een verzaligd gezicht zong hij erbij. Caruso, dacht ik. Met wat lessen zou hij een operastem hebben. Zo'n man, met zo'n vriendelijk, open gezicht, net een echte Fransman, die wil je als metropassagier wel wat toestoppen. Op sommige dagen haalde hij wel honderd euro op, vertelde hij nadat hij weer met zingen was gestopt. Maar hij kreeg ook veel boetes, die hij altijd betaalde omdat hij over twee jaar officiële papieren hoopte te krijgen. 'Ik praat regelmatig met dieven,' zei hij zonder speciale nadruk, alsof hij het over een heel gewoon beroep had en het logisch was dat zulke mensen zich in zijn omgeving bevonden. 'Ze zeggen steeds: "Kom toch met ons mee, dan heb je twaalfhonderd euro per nacht." Maar dat doe ik niet, want dan kan ik legalisatie wel vergeten.' Zijn doel was om een paar busjes kopen en daarmee een pendeldienst tussen Roemenië en Parijs te onderhouden.
We kregen een maaltijd voorgezet. Meer bezoek arriveerde, andere Roma uit Roemenië, er logeerden altijd wel een paar landgenoten in de twee studio's. Na het eten vertrokken we in verwarring. Roemenen horen geen opvang te krijgen in Frankrijk, zeker niet als ze geen belangwekkend vluchtverhaal hebben. Met busjes nog meer Roemenen gaan halen lijkt me al helemaal geen goed idee. Maar mocht de man met de rode gitaar in Frankrijk mogen blijven, wat ik betwijfel nu Sarkozy regeert, dan zullen zijn kinderen het gaan maken, dat weet ik vrijwel zeker.
___________________________________________________________________
15 november 2008
Verhevigd leven
Heb je net over een vuilnisbelt gesjouwd waar groepen Roma tussen het afval van een grote stad pookten, zit je ineens in het gedesignde kantoor van een uitgever aan de Herengracht. Na terugkomst uit Roemenië vind ik het altijd moeilijk om de onderwerpen weer aandacht te geven die voor mijn Nederlandse bestaan van belang zijn. De twee miljoen Roemeense Roma vormen met elkaar als het ware een ontwikkelingsland binnen een lidstaat van de Europese Unie. Een gat in de grond als wc, kinderen die nooit of onregelmatig naar school gaan, ziektes die vanwege geldnood niet aangepakt kunnen worden; je zou het een verhevigde vorm van leven kunnen noemen om daar een tijdje tussen te zitten.
'Ik heb een klap tegen mijn hoofd gehad,' vertelde ik vrienden en familie na
onze laatste reis. Een verbaasd 'oh?' was meestal de reactie. 'Onze reizen naar de
Roma zijn altijd al behoorlijk gevaarlijk geweest,' vervolgde ik, 'vooral in het
begin.' Daarmee was de conversatie wel zo'n beetje afgelopen. Toen ik in 2006 in
Trouw een opiniestuk publiceerde over de situatie van de Roma in verschillende Oost-
Juni 1990, Boekarest. Jaap voelt een hand in zijn zak. Iemand probeert zijn portemonnee te pakken. Daar houden wij niet van. Resultaat: een bloedende man op de grond en een andere die – weliswaar zonder portemonnee – hard wegrent, iemand met de huidskleur en de gezichtsvorm van de Roma, voor wie wij nou juist naar Roemenië waren gekomen. Nu, achttien jaar later, zijn Jaap's voortanden nog steeds gevoelig als hij er tegenaan tikt. Ook de ietwat scheve stand van zijn neus is blijvend gebleken.
En toch zijn we keer op keer teruggegaan. Uit interesse, dat zeker. Uit betrokkenheid. Maar het heeft ook met iets anders te maken, denk ik. Verhevigd leven is verslavend.
___________________________________________________________________
8 november 2008
De meteoriet
Er werden telkens nieuwe baby's aangedragen. Tussen de generaties zit bij Roemeense Roma vaak maar vijftien jaar, al gauw stond ik samen met een stuk of zes heel jonge moeders over het beeldscherm van mijn camera gebogen. 'Ah, die is goed gelukt!' 'Schattig, kijk deze nou eens!' We schaterden allemaal, ons erop verheugend dat er binnenkort in de hutjes waaruit het gehucht bestond kleurige kiekjes aan de wand zouden hangen. Ik kwam hier al zeventien jaar, nog steeds was de armoede onaanvaardbaar groot.
En toen werd alles zwart. Vaag drong tot me door dat er iets groots tegen mijn wang en oor was geknald. Een roofvogel, kon ik nog denken, er vloog een roofvogel langs en die is nou net tegen mij aangekomen. Of was het een dikke steen, ben ik toevallig door een meteoriet geraakt?
Verdwaasd opende ik mijn ogen. Consternatie om me heen. De jonge moeders schreeuwden verontwaardigd. Het duurde minstens tien seconden voor ik begreep dat ik geslagen was, dat iemand me van achteren had benaderd en me toen een dreun tegen mijn hoofd had verkocht. In de verte zag ik die 'iemand' wegrennen en onder een hek doorkruipen. Het was een jongen van achttien die ik nog in mijn armen had gehouden toen hij zelf een baby'tje was, die ik destijds vertederd had gefotografeerd. Hij had nu drie kinderen en was zoals iedereen hier werkloos.
Mijn oor deed pijn vanbinnen. Het voelde niet alsof er iets permanent beschadigd was. Niet huilen, niet huilen, dacht ik terwijl ik omstuwd door de jonge vrouwen naar het huisje van onze vrienden Sandu en Maria liep. Jaap, die ergens op bezoek was geweest, kwam aanrennen. Ook anderen schoten toe. Een dronken man greep mijn hand en drukte er zijn lippen op.
Op het vertrouwde familie-
Terwijl Jaap en ik diezelfde avond het gehucht verlieten, besloten we dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat hele Roemenië. Jarenlang hadden we ons ingezet voor de stichting die we in 1992 oprichtten, en die tot doel had om Roma te steunen die andere Roma er bovenop hielpen. Resultaten waren er zeker geweest, maar de energie die we erin hadden gestoken was ten koste gegaan van ons eigen werk. En dan de vlooienallergie die ik in de loop van de jaren had opgelopen, mijn armen en benen zaten alweer vol met clusters van bulten. 'We gaan eerst een dag bijkomen op een camping,' zeiden we tegen elkaar, 'daarna rijden we linea recta terug naar huis.'
Op de camping sliep ik slecht. Mijn vlooienbulten jeukten als gekken. Ik kon niet op de rechterkant van mijn gezicht liggen, in mijn oor was waarschijnlijk een zwelling ontstaan.
Terwijl we de volgende dag onderuitgezakt op onze klapstoeltjes zaten kwam er een bescheiden wit kampeerwagentje het terrein op hobbelen. Nederlanders, ook dat nog, de eerste die we deze reis tegenkwamen. Ze stapten uit en installeerden zich. Daarna kwam de vrouw van het stel bij ons babbelen. Na drie minuten bleek dat ze een zus was van een van mijn aangetrouwde tantes, een dierbare tante uit Coevorden.
We kregen te drinken, konden ons verhaal kwijt. Terwijl we de volgende ochtend nog bezig waren wakker te worden, verscheen er een hand met een cadeautje erin voor onze neus. 'Dag hoor, wij trekken weer verder.'
Jaap en ik zijn toch maar in Roemenië gebleven en hebben onze reis volgens plan afgemaakt. Soms komen er niet alleen meteorieten, maar ook redders uit de lucht vallen.
___________________________________________________________________
1 november 2008
Stem op een echte vriend
Het was verkiezingstijd. Overal in het land hingen banieren en billboards met reclame voor plaatselijke burgemeesterskandidaten. Er stond dan ook veel op het spel – volgens de meeste Roemenen heel wat meer dan bij de landelijke verkiezingen. Geen woorden maar daden was de leus die ik het vaakste zag, maar ik noteerde ook: Hij doet en zwijgt niet en Stem op een echte vriend.
Die laatste leus gaf het beste aan waarom deze verkiezingen zo belangrijk waren.
Als ik de mensen bij wie ik logeerde mag geloven, moet je in Roemenië bij ieder doktersbezoek
een attentie over de tafel schuiven. Ook docenten schijnen omkoopbaar te zijn, met
name in examentijd. Wanneer je in zo'n land 'vriend' van de burgemeester bent, levert
dat je bepaalde voordelen op. Andersom is ook het burgemeesterschap lucratief, zodat
de kandidaten zelfs naar de gunsten van de allerarmsten hengelden, de Roma. Huis
aan huis, hut aan hut deelden ze brood, vlees en spijsolie uit. Toen ik vlak voor
de verkiezingen het dorpje Vâlcele bezocht, waren gemeentewerkers net bezig om de
modderstraten van de Roma-
De zittende burgemeesters hadden nog een andere troef. Van de naar schatting twee miljoen Roemeense Roma is een aanzienlijk aantal nooit door hun ouders aangegeven bij de burgerlijke stand. Belangenorganisaties worstelen al jaren met dit probleem, want het vergt een ingewikkelde en kostbare juridische procedure om een individu een officiële identiteit te geven. Nodig is het wel, want zonder papieren kan iemand niet trouwen, geen baan hebben en geen uitkering ontvangen.
En ook niet stemmen. Vlak voor de verkiezingen waren er burgemeesters die hele groepen identiteitsloze Roma per bus naar het gemeentehuis lieten transporteren. Een probleem dat lange tijd vrijwel uitzichtloos had geleken, werd daar in een uurtje opgelost.
___________________________________________________________________
25 oktober 2008
Râie Suedeza
Hij had problemen met zijn handen, schreef hij ons. Er zaten bobbeltjes op die nogal jeukten. Hij was bij de dokter geweest, maar de diagnose was onduidelijk gebleven. Wat dachten wij, zou het met zijn nerveuze gestel te maken hebben?
Het leek ons geen rare veronderstelling. We hadden vaak bij hem thuis gelogeerd,
in de zigeunerwijk van een Zuid-
Het bobbeltjesprobleem werd steeds groter. Het duurde nu een jaar, niets hielp.
Via zijn neef, die op hetzelfde erf woonde en kon e-
We arriveerden bij zijn huis, ik wilde hem kussen. Snel weerde hij me af en
pakte mijn hand. Nadat hij daar zijn lippen op had gedrukt, toonde hij zijn eigen
handen en zijn voorhoofd. Overal zaten blaasjes, waarvan hij een deel kapot had gekrabt.
Ook achter zijn oren speelde het probleem zich af, daar waren door het krabben bruine
korstjes ontstaan. Hij was altijd een edele man geweest wiens trekken me aan Krishnamurti
deden denken, maar nu leek hij wel verminkt, met witte stukjes huid op de plekken
waar blaasjes hadden gezeten. Zelfs zijn welgevormde neus was wit-
Ons zalfje hielp niet. Voortdurend zagen we hem krabben. In Roemenië zijn de mensen wel wat gewend, hij functioneerde nog normaal, maar dit kon zo niet doorgaan. Nadat we een dag of vier intensief met hem waren opgetrokken reisden we bezorgd weer verder. Eenmaal terug in Nederland kregen we bericht van de inwonende neef. Zijn oom was naar een andere dokter gegaan. Het probleem had een naam gekregen, het heette: râie Suedeza.
Suedeza betekent Zweeds, daarvoor hoefde ik niet in het woordenboek te kijken. En râie? Dat bleek Roemeens voor 'schurft' te zijn. Op een website las ik hoe schurft ontstaat: doordat mijten gangen onder de huid graven. In die gangetjes vindt copulatie plaats, waarna het mijtenmannetje sterft. Douchen helpt, de sterfte van larven op het lichaam is dan groot.
Onze vriend had geen douche. Hij had zelfs alleen maar één koudwaterkraantje in de tuin. En zijn dokter had zich een land vergist. Opnieuw de website: Bij Noorse schurft (naar een epidemie in Noorwegen in 1848) is het aantal mijten vele malen groter. De huidschilfers zitten dan vol mijten en jongere mijtenstadia. Deze schilfers zijn zeer besmettelijk. Verspreiding kan plaatsvinden via vluchtig contact en zelfs door wapperen met kleding of beddengoed. Iedereen die huidcontact heeft met een dergelijke patiënt loopt een hoog risico, net als degenen die bij contactpersonen in de buurt komen.
Het is nu een paar maanden later. Telkens informeren we bij de neef, telkens sturen we hem Roemeenstalige informatie over hygiënische maatregelen bij schurft. En heeft je oom al een medicijn tegen zijn râie Suedeza gebruikt? Nee, dat heeft hij nog niet, schrijft hij dan terug. Zijn gezicht, handen en ook andere delen van zijn lichaam zitten nu vol wondjes.
Vriendelijke groeten van een contactpersoon.