5 november 2025
Blois, een stadje in Frankrijk. Plotseling zware regenval. Ik rij
op mijn vouwfiets, draag geen jas en lekkende schoenen.
De deur naar het portaal van een kerk staat open, ik gooi
mijn fiets tegen de muur en duik het zwarte gat in. Daar
tref ik drie bedelaars. Een jonge vent zit op de grond met
een etensbord waarop muntjes en wat andere gekregen
dingen liggen. Ook staan er twee vrouwen, een al wat
oudere, getaande en een jongere, enigszins corpulente, ook
met een bord vol muntjes.
Nog hardere regen. De getaande vrouw zegt: ‘Dat is God, hij
heeft verdriet over de wereld.’ Nadat ik haar hardop gelijk
heb gegeven, kijkt de andere bedelares naar het etensbord
van de zittende jongen en zegt tegen hem: ‘Wat is dat,
meneer?’ Hij begrijpt meteen wat ze bedoelt en zegt: ‘Mag
u wel hebben, mevrouw.’ Ze bukt zich, pakt iets van zijn
bord, bijt de plastic verpakking open en begint te
knabbelen aan het platte koekje dat erin zit. ‘Dank u wel,
meneer.’
Als de regen vermindert verlaat ik het portaal en fiets met
een milde glimlach verder.