16 december 2025
In museum H’ART in Amsterdam is een mooie, serene
tentoonstelling aan de Roemeense beeldhouwer Brancusi
gewijd. Die bracht me terug naar eind 1989, naar de
revolutie waarmee in Roemenië de communistische
dictator Ceauşescu werd afgezet. Kort daarna ben ik voor
het eerst met Jaap de Ruig naar het land afgereisd om
materiaal voor een boek te verzamelen. We kwamen toen
ook in de stad Târgu Jiu terecht, waar een taxichauffeur,
Marcel Radulea, ons meenam naar zijn eigen flat. Hij bleek
tijdens het communisme twintig jaar Hoofd Cultuur van de
stad te zijn geweest, na de revolutie was hij ontslagen. We
bleven logeren en werden vrienden, ook met zijn vrouw,
docente Frans. Om even aan hun overweldigende
gastvrijheid te ontsnappen wandelden Jaap en ik
regelmatig naar de openbare sculpturen van Brancusi, die
in de omgeving was opgegroeid. Volgens Marcel was
tijdens het communisme geprobeerd de ‘Oneindige Zuil’
omver te trekken, zodat het beeld een tikje scheef leek te
staan. Hij nam ons mee naar Brancusi’s ouderlijke huis,
waar je de kiem van diens vormentaal al kon zien.